All 18 entries tagged Instant Autobio

No other Warwick Blogs use the tag Instant Autobio on entries | View entries tagged Instant Autobio at Technorati | There are no images tagged Instant Autobio on this blog

November 21, 2007

Autumn–shifting–to–winter

Dartmoor, DevonNights of indoor stuffiness are becoming longer. Evening darkness encroaches on our bleak daylight day by day; according to my Warwick Academic Year Diary, now we are only minutes away from a four o’clock sunset. As I set out to do my laundry in the nearby laundry room, my feet slip away in the grass-turned-into-mud.

Shiny, robust Autumn has come to an end. What was healthy grass is now just a surrogate, a cover up for fields of sticky, streamy, underground mud. Fogs penetrate the country. The only variety of weather is provided by a sad drizzle that occassionally comes and then goes.

I notice my struggle to get up on time is getting more difficult by the day. My lust to leave the house is diminishing, in short, the forces that I always resolve to prevent from encroaching upon campus existence once more prove stronger than me. I get lost in studying: Vichy France. I fall into the classical trap that professors set us which is to unconsciously filter out timeless, classically tragic dilemmas of historical materials.

To collaborate or not collaborate? Is the direct result enough reason to justify it? For the moment I try to fight off my emerging gigalaiskus (an Estonian word recently coined in our flat which means something like super-tiredness) and to ignore winter’s inevitable coming.

On the photo a lake in the Dartmoor national park in Devon, where I went climbing last weekend.)


May 11, 2007

The Lift

Our patio, in better times.Some months ago, an invisible investor decreed that there shall be a lift in our building. A six-story building in the middle of the Old City, it has marble stairs but lacks the facilities to get old ladies up without exhausting them. Only, a lift would not exactly serve our interests, as we live just on the first floor. Anxiously, we anticipated the commencement of the construction works, instinctively knowing it would be something nasty and inconvenient.

Some three weeks ago they started. I knew, because it was difficult not to know immediately. I was woken up by drills and hammers which appeared to be drill at the legs of my bed. When I walked into the living room, I stood face to face with a worker, outside our window overlooking the patio. They were removing the patio.

A day later, there was no longer any patio. Before, we were able to cross it to get to the neighbours. Now there was deep staring gap between our two appartments. More workers seemed to come in every day. Another floor was taken down. Clouds of cement powder filled the staircase. One day, I noticed that, even though we had by now closed the shutters of the windows for privacy’s sake, I could still peak outside. There was a hole in our wall, the lift builders had rammed a hole in our wall!

Things are getting weirder every day. One morning when I woke up, we had forgotten to close the interior windows. The entire living room was covered by fine layer of cement dust. I decided to have breakfast in my own room. The entrance to our building was nearly blocked by tons of cement bags, and workers are going in and out. Where there was a door to a lower apartment, there’s now a cemented wall.

They have by now fixed the hole in our wall, without ever notifying us of anything. Incidentally, they managed to spill wet cement around the floor of our living room, including on a sofa which was on the other side of the room. But a lift? I haven’t seen anything yet.

Inconvenience has turned into a nightmare. After weeks of mess, there’s not a sign of a lift construction. And they have to work it six stories up. I fear there will be no rest until I leave this apartment.


May 07, 2007

Een zondagmiddag

Een zondagmiddag. Terwijl de wind langs mijn lijf wappert, wordt de haven van Mataró achter ons langzaam kleiner. We bevinden ons op de boot van Joana, of liever gezegd, de boot van haar vader Pere. Hij is erbij, evenals Joana´s zus Maria en mijn buitenlandse medestudenten Mario en Kristoffer. Ik kende Joana niet, maar nadat ik haar in het universiteitscafetaria via Kristoffer leerde kennen van de week, vroeg ze ons na tien minuten: “Hebben jullie zin om te gaan zeilen dit weekend?”

Welnu, een beetje verbaasd nog over dit aardige aanbod, en blij verrast ook over haar enorm vriendelijke vader en zus (beide architecten in Barcelona), strekken we nu onze lijven uit op het dek om wat zon te pakken. Het gesprek gaat over de verkiezingen vandaag, in Frankrijk. Wordt het Sarko of Ségo? Ik ben er zo goed als zeker van dat dit al van tevoren vaststaat. Als ervaren politieke analisten zonder illusies is iedereen het met me eens; Frankrijk heeft problemen, de economie daarin wellicht voorop, en niet Royal maar Sarkozy lijkt de autoriteit uit te stralen daar wat aan te kunnen gaan doen. Volgens de kleine man (of vrouw!) in ieder geval, in een van de talloze Franse voorsteden. Later op de avond zal ik dan ook zonder verbazing het nieuws op mij af laten komen dat Sarkozy met 53% van de stemmen de nieuwe president wordt van la France.

Een ander immigrantenthema is dat van de vele Spaanstaligen die zich in Catalunya komen vestigen. Een probleem willen we het niet noemen, maar Joana weet wel dat er “duizenden Argentijnen al jaren in de stad wonen die geen woord Catalaans hebben geleerd”. Dat komt wellicht bovenal omdat ze zich weinig buiten hun eigen groep bewegen en zo niet de noodzaak inzien van hun gebrek aan taalkennis in een tweetalig gebied waar het Catalaans wel de boventoon voert. Joana, die samen met Kristoffer vakken in sociologie volgt, weet dat er in Barcelona alleen al enkele honderden kinderen geen adequaat onderwijs krijgen. En zo blijven ze steken in een kansarmere omgeving, op een arbeidsmarkt waar Catalaans toch bijna een vereiste is, zeker op betere posities, en helemaal zeker voor overheidsfuncties.

Rond vieren varen we terug de haven in, eten wat in een Chinees restaurant. Ik moet, voor de zoveelste keer hier in Spanje, nog eens uitleggen waarom ik vegetariër ben, wat ik allemaal wel en niet eet, en dat ik er best voor kan zorgen alles binnen te krijgen wat nodig is. Vegetariërs zijn hier zo goed als afwezig, maar er bestaat altijd genoeg respect voor ons, zolang we ons voldoende verklaren. Ik glimlach, vind het niet zo erg. Ik ben tenslotte vegetariër om bepaalde redenen en als men die wil weten verklaar ik ze.

Op de ringweg van Barcelona, de stad binnenkomend, wachten we voor een rood stoplicht. Pere wijst naar een torenflat in de verte. “Dat gebouw is van mij. En dat daar, met geel een grijs, ook. Appartementen voor de rijken.” Pere laat wat na aan de stad, geeft gezicht aan het stadbeeld van Barcelona nu. Maria, die een jaar in Parijs studeerde, is meer onder de indruk van de stadsuitbreidingen in Amsterdam dan in Parijs. “In Parijs is alles wat er bijkwam goedkoop, lelijk en van slechte kwaliteit.” Ik verzeker haar dat dat in Amsterdam af en toe ook zeker het geval is.

Terwijl Mario, Kristoffer en ik later op de middag heel tevreden met onszelf op een terrasje een groot glas bier legen, zijn we het er allemaal over eens: een hele sympathieke familie. Wat geweldig is het toch om écht plaatselijke mensen te leren kennen, na alle Italianen, Duitsers, Argentijnen. Dit is een echter Barcelona.


May 02, 2007

Puente, een persoonlijk relaas

Koninginnedag...maar dan anders.Afgelopen maandag was het Koninginnedag, en ik zat weer eens in het buitenland. Zucht, het was dit jaar alweer het zesde achtereenvolgende jaar dat ik Koninginnedag niet in Nederland vierde. Elke keer voel ik me in het buitenland een beetje lullig en op de verkeerde plek op die dag. De twee vorige jaren zat ik te werken aan een essay, aangezien begin mei op Warwick een waar deadlinefestijn is. Het jaar ervoor was ik vooral bezig weer beter te worden van de slopende geelzucht die ik in India te pakken had gekregen. En de twee jaren daarvoor… waren gewone Noorse dagen, net zoals alle andere dagen in Noorwegen.

Dit jaar was ik echter in Barcelona, en was alles anders. Barcelona is immers een Nederlandse stad in het buitenland? Waar men deze dagen ook gaat of staat in het centrum, Hollands geroezemoes maakt deel uit van de streng talen die door de straten galmt. Zodoende kent Barcelona ook minstens twee, zo niet meer echte Nederlandse cafés. Ik had een leuke gevonden, recht in het centrum, die Nakupenda heet, en trommelde al mijn vrienden op. Maandagmiddag vanaf zes uur zaten we daar dus allemaal in het oranje gestoken Heineken biertjes te drinken met Nederlandse muziek op de achtergrond. Belgen (die zijn natuurlijk altijd welkom), Duitsers (met enige tegenzin moesten ze toegeven dat het toch wel erg gezellig was), Fransen, Italianen, Spanjaarden, Portugezen, Polen, een Oostenrijker, een Noor. Het was een perfecte combinatie Erasmusstudenten, om nog niet te spreken van de Costa-Ricaanse en Argentijnse vertegenwoordiging, de laatste natuurlijk trots op onze prinses. Door de avond heen hebben we zelfs koekgehapt – dat beviel de gasten wel – en karaoke gezongen, Engels- en Nederlandstalige liedjes. Het was een prachtige Nederlandse feestdag in het buitenland.

1 mei
Het woord “puente”, waar ik in te titel naar verwijs, betekent in het Spaans echter “brug”. De betekenis in deze context wil zeggen: ´een brug naar een vrije dag´, want alhoewel maandag hier een vrije dag was, kregen we die enkel vrij omdat de dag erna 1 mei was, de Dag van de Arbeid. Naar mijn mening is het maar een vreemde oximoron om de Arbeid (wat een negentiende-eeuws woord overigens) te vieren door niet te werken, maar dit terzijde. Wij hadden onszelf een mooie opdracht gegeven: te lopen naar onze universiteitscampus, zo´n 15 km buiten de stad.

Zo ongeveer alle wegen leiden naar Cerdanyola.Des morgens om kwart voor negen stonden we aldus bij de metro klaar die ons naar het randje van de stad bracht waarvandaan wij de achterliggende heuvels introkken. Om negen uur trokken wij (uiteraard geheel en enkel naar Duitse traditie) ons eerste biertje open. Bij het opstaan had ik het al horen rommelen daarboven, een zeldzame gebeurtenis, en voor zover ik me kon herinneren was het sinds februari niet slecht geweest. Maar het miezerde al onheilspellend toen we de stad achter ons lieten, in een dikke nevel. Behalve de hoogste torens viel er weinig te bezichtigen. En toen we goed op weg waren, brak het los, hevig, onophoudend, hard. Druppels als kikkervisje die op de weg uit elkaar spatten, in stromen naar beneden liepen, kleine riviertjes vormden langs de kant van de weg. Een uur nadat we op weg waren was geen deel van mijn kleding meer droog. Aangezien we in het midden van nergens in de heuvels zaten, beperkte de Voorzienige daarboven de schuilplekjes tot een riggeltje van een garage van zo´n 20 cm. We werden goed doorweekt, en met korte tussenpauzes bleef het weer zo, totdat we rond tweeën aankwamen op de campus.

We hielden een barbeque en al onze vrienden kwamen aan, droog, vers uit de trein. Het vlees ging op de grill en rond vijf uur onttrok de laatste donkere regenwolk zich uit het zicht, om een stralende namiddagzon over het glooiende Catalaanse landschap te laten schijnen.


February 06, 2007

Stijg

Alweer zit ik in de Biblioteca de Catalunya. Nog steeds zit ik in de Biblioteca de Catalunya. (Zie eerdere entry van 23 januari dit jaar.) Het lijkt wel een vroege lentedag, binnen althans. Door het kleurloze glas-in-lood raam valt een keurige straal zon zomaar hals over kop binnen, struikelt over een kast tijdschriften om te landen op het bureau waaraan ik zit te werken.

Als iets me te lang duurt, dan raak ik over het algemeen afgeleid. Wellicht is dat een gezond zelfverdedigingsmechaniek tegen al te veel serieusheid, misschien ook wel helemaal niet. Misschien is het meer een soort postmoderne populaire ziekte dat we tegenwoordig niet meer een middagje stil kunnen zitten lezen in een bibliotheek. Niet vijf minuten zonder te staren naar het schermpje van een mobiele telefoon of mp3-speler.

Enfin, deze examenperiode duurt me veel te lang. Met een verveeld gebaar stijg ik langzaam boven mijn werk uit, boven mijn stapels fotokopieën, boven het vreselijk repetitieve boek waarvan zeker de titel het meest to the point is: Relaciones Internacionales. Ik stijg en stijg, de ruimte in totaan het hoge plafond, in mijn geheel beschenen door het eerder genoemde zonlicht. Daar hang ik een tijdje prettig in de lucht, totdat ik niet uitkijk en mijn hoofd stoot tegen het houtbewerkte plafond. Met een plof kom ik weer in mijn stoel terecht.

Als ik me verveel maak ik lijstjes. Vorig jaar bezocht ik zes landen, dat is min de landen waar ik doorheen reisde. Ik maakte in totaal elf enkele vluchten, dit waren er twaalf geweest had ik niet de HSS ferry tussen Harwich en Hoek van Holland genomen. Maar dat deed ik dus wel. Mijn haar groeide ongeveer zo´n 20 cm, schat ik. Ik bezocht één land waar ik nog nooit eerder geweest was.

“Interstatale relaties vormen deel van en zijn het communicatieve kanaal van de gemeenschap van naties. In de woorden van Aron: ´De gemeenschap van naties communiceert door middel van interstatale relaties.´” Dezelfde mensen lopen weer langs, dezelfde als altijd. Hier is de man die vorige keer naast mij kwam zitten met een stapeltje boeken van Orhan Pamuk. Hij had een klein snorretje, een brilletje, ging zitten, en begon stilletjes te lezen. Af en toe las hij fluisterend hardop voor zichzelf. Zo nu en dan kwam er een twinkelingetje in zijn ogen en begon hij patetisch in zichzelf te giegelen. Wat hij niet wist was dat hij zelf een Pamuk-personage was, de intellectueel die lijstjes van uiteenlopende fenomenen maakte bladerend door boeken van pure fictie.

En de dikke mevrouw die altijd een gat in het tapijt sloft. Ook zij is er weer deze middag. Ze komt met een stapel kopieën langssloffen. Ze lijkt me de professor van iemand, een groep ongelukkige studenten.


January 23, 2007

In the Bibliotéca de Catalunya

I have not shaven in days, my hair is sitting fluffily on my head, lacking even that sexy “fresh out of bed” look, resulting only in the fact that no girl is looking in my direction for even a second. I am wearing my old man´s trousers and a woolen sweater, sitting on me quite shapelessly and unfashionably, yet rather comfortable. I am not thinking of changing clothes neither today nor tomorrow. These days I do not have an interest in how I look.

Something´s definitely going on, don´t you think? Dear reader, you are right. You had seen it from just the first few lines above, didn´t you? And you were wondering what it was, that prompted me into such a sudden change. It is exams pending. These days, I spend my time in the city library´s reading hall, coming home just for lunch, after which I speed back to sit down again until eight in the evening. There, in this gigantic room, between desks, government files, old encyclopaedias that have not been opened in a while, I spend many hours under a small reading light, bent over texts of economy, Spanish politics, international relations, the history of art. Accompanied by old men, students working on a thesis, students, like me, studying as hard as they can before the exams commence. Cute girls walking by, which I am unable to resist looking up from my paper for; young men, whom, like myself, clearly reveal the heavy stone that is sitting inside their head, making it fall down, in constant need of support from a hand holding it in it´s place and, above all, obscuring clear thought and sitting in between the text and its meaning. Every little thing, every person walking by, every walkman too loud is like a fly zooming around ceaselessly.

The light coming through the small high glass windows framed in lead is disminuing, and the hall is turning into an old-fashioned office, bathing in little desk lights, a medieval place of indescribable beauty and comfort. It is a pleasure to sit here, dispite the pains and aggravations of exam revision.

Come, come read a book here… soon you´ll find me staring at you from a few tables away.


January 16, 2007

Zesde, herziene druk: 1971

Woestijnmannetje, AppelOp een stoffige plank tussen de vele onopvallende boeken van de afdeling tweedehands boeken in de plaatselijke kringloopwinkel zag ik het ineens staan. Ook dit boek trok op het eerste gezicht de aandacht niet naar zich toe; het was een dunnetje, met een vale, azuurblauwe rug, en de titel de verkeerde kant op geschreven, zoals dat wel vaker het geval is bij boeken die langer dan een jaar of vijfentwintig geleden gedrukt zijn. Toch was het juist de titel die het me van de plank deed pakken. “Voor wie dit leest. Proza en poëzie van 1950 tot heden.” uit de Salamanderreeks (wanneer zag ik daar voor het laatst een boek van?). De titel van het beroemde gedicht van Leo Vroman, een van mijn favorieten die als een vlakke hand uit het papier kwam toen ik hem voor het eerst las!

Het “heden” bleek 1971, het jaar van de zesde (herziene) uitgave. In het voorwoord beloofde samensteller Kees Fens dat de door de herziening veroorzaakte tweedeling tussen de voor- en naoorlogse periode een uitgebreider en completer overzicht van de “afgelopen” twintig jaar literatuur kon bieden. Ik kocht het boekje voor 50 cent, om het thuis eens op mijn gemak open te slaan. Terwijl ik de pagina’s langs mijn duim liet schieten, kwam ik terecht op een pagina met gedichten van Lucebert. “De dichter hij eet de tijd op/ de beleefde tijd/ de toekomende tijd/ hij oordeelt niet maar deelt mede/van dat waarvan hij deelgenoot is”. De vijfentwintig jaren waren weggegeten waartussen zijn letters in dit boekje waren gedrukt. Toen merkte ik waarom ik op juist déze pagina terecht was gekomen. Er zat een boekenleggertje tussen. Of liever: een “kultuurbeschrijving van de Amaryllis Hyppeastrum”. Wie had die ertussen geschoven? Was dit het laatstgelezen gedicht voordat ik het boekje weer opende? En probeerde de lezer ervan, de eigenaar van de Amaryllis, behalve “het proefondervindelijk gedicht” van Lucebert, tegelijkertijd proefondervindelijk bloemen te kweken? Was het een oude vrouw, met wiens laatste zucht dit boekje definitief dicht bleef bij Lucebert?

Snel bladerde ik verder, zo gauw mogelijk de mysterieuze combinatie lezer x-lucebert vergetend.


January 06, 2007

Hoe groot is de kans?

“Verdomme, nou komt mijn geld er niet uit!” De man die naast me staat te pinnen in de overdekte pinkamer op het Rembrandtplein kijkt naar links. “En bij jou, komt er bij jou wat uit?” Verrek, ik stond wat te avonddromen terwijl ik wachtte tot mijn pasje eruit komen zou. Maar zó lang zou het toch niet moeten duren. Ik wil het nog niet toegeven. Hoe groot is de kans dat…

Als minuten later én mijn pinpas, én natuurlijk mijn 50 euro, evenals de 50 euro van de man naast mij nog steeds pesterig in de automaat zijn blijven zitten, moeten ik het toch erkennen. Ik bel het nummer dat op de automaat staat. “Dat klopt meneer, ik zie dat er inderdaad een storing bij deze automaat was.” Mijn pas ben ik kwijt, zoveel is mij algauw duidelijk. Een nieuwe wordt me binnen een week toegestuurd, en dat terwijl ik net morgen naar Barcelona afreizen zal. Hoe groot is de kans? Dat er storing komt als je net staat te pinnen. Dat dit je overkomt de dag voordat je het land uitgaat. Maar er was ook, nog toevalliger, een geluk bij een ongeluk. Ik had mijn pas net vervangen en de oude nog niet doorgeknipt. Die mag ik nu dus nog even gebruiken. Hoe groot is de kans?

En dan de volgende dag, deze morgen op weg naar huis. Alles sloot aan, op zich al een wonder van dienstregelingsorganisatie dat me nooit overkomt. Ik kon zo de trein inrennen en bij aankomst kwam de bus gelijk voorrijden. De bus…die niet vertrekken zou. “Sorry, ik rij niet jongens,” sprak de chauffeur eenvoudigweg, “Mijn vering is doorgezakt. Het is een zaterdag. De technische dienst zal hier daarom niet gauw zijn. Sorry.”

Toeval bestaat niet, dat weten we allemaal. Maar hoe groot is de kans?


November 27, 2006

Instant Autobio: Boedapest

De hele ochtend heb ik liggen snurken in mijn festivaltentje maar zo rond twee uur hou ik het voor gezien. Niet dat de zon me daartoe dwingt ofzo, want alhoewel het weer aangenaam warm is staan we in een bosje beschermd door het frisse boomloof en bovendien verwend met een prettig briesje.

Ik steek mijn hoofd door het tentgat nadat ik deze heb opengeritst en kijk half met een komische blik, half slaperig in de rondte om te zien wat er allemaal gebeurt buiten mijn bijzijn. Er daar zitten dan mijn vrienden te keuvelen en te roken, een vredig begin van de dag. Ze kijken me vrolijk spottend aan zoals het klopt. Of toch…?

Als ik dan mijn hoofd een kwartslag draai zie ik de bron van het plezier.

Naast mijn tent, deels erop zelfs, liggen namelijk twee vuil uitziende punkers die daar kennelijk ter plekke zijn ingestort. De ene, de jongen, zonder shirt en met vervaarlijk opgeschoren haar, in een foetushouding en toch met zijn grote shirtloze lichaam heel wat ruimte innemend. En erbovenop een meisje die hem onhandig in haar slaap omhelst.

Een ongemakkelijke houding lijkt mij zo, maar ze liggen er toch heel vredig hun roes uit te slapen. Terwijl tientallen mensen met een schuine blik langslopen en ik met ze mee glichlach om duidelijk te maken dat ik de pret met ze deel en hierin vooral niet medeplichtig ben, wordt het meisje even wakker. Ze tilt kort en krachteloos haar hoofd op en werpt een blik op ons die zeggen wil: “Ik lig hier prima hoor. Wij blijven hier nog eventjes een paar uur.”

“Ze kwamen hier rond twaalf uur aan. Probeerden nog in je tent te gaan liggen”, zegt mijn vriendin de fotografe, lachend. “Ze begonnen nog flesjes rond te gooien”, zegt een andere vriendin. Ik schudt mijn hoofd, niet in staat zoveel baldadig geweld in deze twee onschuldig ogende slapers te zien en, trouwens, verwonderd over het feit dat er pal naast mij allerlei spannende dingen gebeurden waar ik simpelweg doorhéén sliep…


November 14, 2006

No Interviews Tonight

The hip Brit approached us again, for the second time this evening. His mixture of might-be-gay, well-dressed and extremely polite made him appear the stereotype Londoner from a film like Love Actually or Bridget Jones. That type of guy.

“Hi, at the moment, I´m just going around, kind of asking everybody what they are doing in Barcelona and so on. So what is it that made you two come here?” Great. To be fair, it was the kind of club, where a question like that made sense and would not just meet a surprised “But I just live here!” with a thick Spanish accent. A German, Swedish or otherwise blond-haired country accent would be more likely.

The Brit now started to act a little funny role, pretending to be a quiz master, what´s more, pretending to be a funny quiz master. “Ok, so, do you see the top of that parasol? There´s actually a hidden camera in it.” His hand suddenly became an imaginary microphone, which he pointed in our direction. “Ok, I study here”, I said, not to be impolite. “Politics.” “Ah, Erasmus students, eh?” he said with a knowing and sly smile. The two of us nodded obligingly. “And what do you think of the course she´s doing?” “Oh, she´s also doing a very interesting course.” I answered.

Then it was our turn. “Maybe you can tell the people watching at home what you are doing?” I suggested in an idiom that might sound more familiar to him. “Ah…well, my friends and I are here on a government trip. But it´s actually secret, so I can´t really tell you”, he said, making an apologising face. He added confidingly, as if we seemed trustworthy enough, “Let´s just say it´s a little governmental organisation kind of thing.”

At that moment his friend joined the conversation. I could see where this was going. They were either after me or my lady friend. Or it would just end up with a long bullshitational and boring conversation about nothing, telling people that I really had nothing to tell all the clichés over again. Hence, I subtly withdrew to fetch another drink. No interviews tonight please.


October 2017

Mo Tu We Th Fr Sa Su
Sep |  Today  |
                  1
2 3 4 5 6 7 8
9 10 11 12 13 14 15
16 17 18 19 20 21 22
23 24 25 26 27 28 29
30 31               

Search this blog

Galleries

Most recent comments

  • I just found this having replaced the sensible separate channels mixer tap in my kitchen (as describ… by Duncan on this entry
  • OMG… instead of fighting we should discuss..!! http://www.aquantindia.com/ by Emma Clemantine on this entry
  • My business partners were searching for ATF 4473 (5300.9) Part 1 last year and were made aware of a … by Amie Colbert on this entry
  • Even if you are determined to wash your hands in cold water, you can still use a mixer tap, as – in … by Caroline on this entry
  • The easiest solution I can think of (other than the plastic bottle hack) would be to buy one of thos… by Rufus on this entry

Blog archive

Loading…
RSS2.0 Atom

Not signed in
Sign in

Powered by BlogBuilder
© MMXVII